Reacties zijn uitgeschakeld voor dit bericht

De Gipskamer

Dit is de eerste column die ik niet geschreven heb. Net zoals ik mijn mailtjes, preken, studies van de afgelopen twee weken niet geschreven heb. De afgelopen tijd heb ik zo’n beetje alles ingesproken. Super handig dat dit kan met mijn rechter hand in het gips, want schrijven of typen met links, of wat dan ook met links gaat met niet goed af. De afgelopen twee weken loop ik dus voortdurend met mijn mobiel in de hand. Mijn linkerhand welteverstaan. Ik spreek alles in en mijn iPhone tovert mijn woorden om in tekst.

De oorzaak van mijn gebroken vinger heb ik inmiddels vele malen gedeeld. Een ongelukkig moment van boosheid waar ik best wel van baalde. Een moment waarvoor ik mij schaamde. Als voorganger moet je tenslotte het goede voorbeeld geven. Ik baalde zelfs zo erg dat ik er geen zin in had om erover te praten. En al helemaal niet met de arts die mijn hand in het gips zette. Ik kon geen betere smoes verzinnen dan dat ik gevallen was… de arts zei niks, maar ik zag dat hij me niet geloofde.

Eenmaal thuis besefte ik dat ik maar beter gewoon open kon zijn over wat er was gebeurd. Eerlijkheid duurt immers het langst. Ik had er immers zelf, niet zo lang geleden, een preek over gehouden. Ik sprak over familie zijn als gemeente en hoe belangrijk het is dat gemeenteleden ervoor kiezen om te wandelen in het licht, zoals we dat terug kunnen lezen in 1 Johannes 1:7. Als ik dat verwacht van anderen dan moet ik dat natuurlijk zelf ook doen. Het resultaat was een mail naar wat vrienden en familie en mijn woorden vanaf het podium. Dat leverde hele positieve, grappige en openhartige reacties op. De meest gehoorde reactie was: “dat had mij ook kunnen overkomen”. De reacties bevestigden mij, dat ik de juiste keuze had gemaakt om eerlijk te zijn. Mijn gebroken pink was voor sommigen een feest van herkenning. Zover ik weet ben ik naar iedereen open en eerlijk geweest, maar al snel kwam ik erachter dat ik een persoon vergeten was…

De eerste week werd mijn pink gespalkt met natuurlijk gips. Een week later mocht ik het spalkgips laten vervangen voor een meer comfortabel, synthetisch gips. Aangekomen in de gipskamer, waar zo’n drie patiënten tegelijkertijd behandeld worden, keek een vriendelijke arts mij aan en zei: “zo, dus jij bent gevallen…?” Gelukkig kon ik nog net zeggen dat dat niet het geval was voordat hij verder ging. “ik geloofde er al geen klap van” zei hij nogal luid. “Zo’n breuk heet niet voor niets een boxers fractuur hè.” Ik vond deze man ineens een stuk minder vriendelijk. Zijn woorden en het lachen van Maria, die naast me zat, maakte mij een stukje kleiner. De man was duidelijk nog niet klaar met zijn betoog. Roepend naar zijn collega, die aan de andere kant van de gispkamer iemand anders aan het helpen was, brulde hij: ”zie je wel, we hadden gelijk, meneer hier is helemaal niet gevallen!” Tuurlijk, dacht ik, dat kan er ook nog wel bij. Inmiddels was er niet veel meer over van mijn ego. Een beetje bijgekomen van deze vernedering stelde de man mij tot slot nog een vraag: “zeg, wat voor werk doe je eigenlijk?” Ik mompelde nog net verstaanbaar “ik ben voorganger..”, gelukkig was hij inmiddels klaar met mijn hand en konden we weer gaan. Mijn ogen waren volledig gefocust op de uitgang van de gipskamer.

De arts uit de gipskamer deed mijn opnieuw beseffen hoe heerlijk het toch is om gewoon open te zijn om niet rond te hoeven lopen met een geheim en om samen met anderen te kunnen lachen om je eigen stommiteiten. Om te erkennen dat we mensen zijn die allemaal in een proces zitten. Een proces dat ons mooi, echt en krachtig maakt. Een krachtig mens is niet iemand die geen fouten maakt maar iemand die na dat hij een fout maakt weer opstaat, de spullen bij elkaar raapt, zijn verantwoordelijkheid neemt en weer doorgaat. Ik droom van een gemeente die bestaat uit krachtige mensen.

 

Reacties zijn gesloten.