Zondag 13mei
spreker: J. Pool
zangleiding H. Hendriks

Zondag 20 mei
spreker: J. Pasterkamp
zangleiding: R. Wezenbeek

Zondag 27 mei
spreker: K. van Denderen
zangleiding: H. Hendriks

Column


‘Alles goed?’ (april 2012)
Eind vorig jaar heb ik mee gedaan aan een T-shirt ontwerp wedstrijd van het Nederlands Dagblad. In hetzelfde dagblad had eerder een artikel gestaan over ‘onzin-teksten’ die je regelmatig kunt lezen op T-shirts. Niets zeggende Engelse woorden die  op veel T-shirts te lezen staan.
Begin december werd ik door een redacteur van het ND gebeld dat ik de eerste prijs gewonnen had met deze wedstrijd. Dat was voor mij een verrassing, winnen is voor mij vaak leuker dan meedoen. Voor alle duidelijkheid: het heeft mij, behalve eeuwige roem, niets extra’s opgeleverd. Geen auto, geen reisje naar de Malediven of een geldprijs. Mijn ontwerp heb ik een ‘dialoog-shirt’ genoemd. Dat is wat ik graag wil, de dialoog op gang brengen tussen mensen.

Op het T-shirt staat groot: ‘alles goed?’ te lezen. Dat is een uitspraak die ik veel hoor als ik iemand ontmoet en dat vind ik een vreselijke uitspraak. Het brengt geen gesprek op gang, het slaat eerder het gesprek dood, voordat het nog maar begonnen is.
In mijn ontwerp heb ik een tegenstelling willen creëren tussen de grote tekst met de vraag ‘alles goed’ en de confronterende en diepere vragen die er om heen staan. Ik zou willen dat er meer nagedacht wordt vóór wij een kreet als ‘alles goed’ uitspreken. Het is wat mij betreft een echte mode kreet. Ik hoor deze kreet vaak om mij heen en die zet mij altijd op het verkeerde been. Ik antwoord vaak: ‘er gaat wel heel veel goed, maar er kunnen zeker nog wel een aantal dingen beter.‘ En dan zie ik mensen vreemd kijken, zo van: ‘wat bedoel je?’ Als ik al op het verkeerde been word gezet door deze vraag, hoe zit het dan met anderen? Ik denk aan mensen die met moeilijkheden worstelen. Bijvoorbeeld iemand die een ernstig trauma aan het verwerken is en dan geconfronteerd worden met deze vraag? Wat als ik net ruzie heb gehad met mijn vrouw en iemand stelt mij deze vraag? Wat als er wel heel veel goed gaat, is er dan ook ruimte voor mij om te vertellen wat er niet goed gaat? Wil je het echt weten? Ik heb gemerkt dat degene die de vraag ‘alles goed?’ aan mij stelt vooral een antwoord wil horen in de trant van: ‘zeg vooral dat het goed met je gaat, dan kunnen wij weer overgaan tot de orde van de dag.’ En dat irriteert mij en is dan ook prominent als ‘onzintekst’ op mijn ontwerp van het T-shirt terecht gekomen.

Op het T-shirt zijn 6 vragen (van de 180) van mijn spel ‘Droom in uitvoering’ afgebeeld. Het lijkt sluikreclame voor dit spel, de belangrijkste reden waarom ik het T-shirt heb gemaakt is dat mijn hart ligt bij een oprechte dialoog tussen 2 of meer mensen.
Als ik de evangeliën lees dan lees ik dat er mensen kwamen bij Jezus met diepe dingen. Een geliefde was ziek of er was een andere nood. Jezus vroeg niet of alles goed was maar wilde juist voorzien waar het niet goed ging. Jezus werd gedreven door goddelijke compassie voor mensen (lees maar in Matteüs 9:36). Hoe zit dat eigenlijk mij jou en mij?


Ja, lekker dan! (februari 2012)

Dat dacht ik toen ik de ontzettend bekende tekst van Paulus aan de Filippenzen gisterenavond las. In hoofdstuk 2 vers 14 staat: ‘Doe alles zonder morren en tegenspreken,…’ Dat is nu echt een tekst die mij op het verkeerde been zet. Dus ik mag niet ‘morren’ en Paulus of God niet tegenspreken, kwam er direct in mij op?

Morren vind ik niet zo hedendaags klinken trouwens. Dat is nu niet iets wat ik dagelijks tegen mijn kinderen zeg als zij iets niet willen wat ik wel wil dat ze doen. Morren is je beklagen of protesteren tegen iets dat je moet doen en dan wordt je dit meestal ook nog eens opgelegd door een ander. In de grondtekst staat bij het woordje ‘morren’ dat het gaat om een verborgen ontevredenheid die niet openlijk geuit wordt. Dus wel doen wat er van je gevraagd wordt maar met zo’n gezicht van ‘ja, lekker dan!’

Paulus geeft in de brief aan de Filippenzen allerlei adviezen en aanbevelingen hoe zij zouden kunnen leven. Meestal in duidelijke taal, dat wel, maar ruimtelatend voor de ontvanger. Het is aan de ontvanger of hij of zij er iets mee gaat doen. De tekst uit vers 14 klinkt alsof je alles wat een ander vindt, in dit geval Paulus, gedachteloos moet aannemen, overnemen en moet uitvoeren. Dat was hoe ik de tekst eerst las.
Hier komt een commando en wil jij dit als robot maar effe uitvoeren? En dat is nu juist niet wat God van ons vraagt. Want dat is helemaal Zijn hart niet. God schiep mensen en geen willoze robots!

Ik heb regelmatig een vraag aan God omdat ik Hem niet begrijp. Ik protesteer echt wel eens tegen God omdat ik vind dat Hij onredelijk is. Omdat Hij bijvoorbeeld iets niet gedaan had, wat ik wel met Hem afgesproken had!
God heeft daar niet zoveel moeite mee. Hij kan prima leven met onze vragen. Dat doet Hij al eeuwen met de miljoenen vragen van vele anderen.

De vraag is of wij Hem ook werkelijk willen gehoorzamen. En keuzes willen maken die voor 100% uit ons hart voortkomen. En niet allerlei principes, waarvan God weet dat ze goed voor ons zijn, onder protest uitvoeren. Dat is waar zoveel niet-christenen namelijk op afgeknapt zijn. Wij doen wat wij moeten doen, maar vooral niet van harte.
Welke keus ga jij vandaag wél van harte doen die je eerst onder protest deed?

Michiel Santman

 

Er zit een liedje in mijn hoofd (december 2011)
Ken je dat, dat er een liedje in je hoofd zit wat er niet zomaar meer uit gaat? Nou, dat is bij mij het geval! Ik kocht een cd, zonder dat ik de artiest kende en hoorde het liedje ‘Jesus loves me’. Kijk even in de afspeellijst rechts op zijn website http://www.petejamesmusic.com, geschreven en gezongen door Pete James.

Het liedje en de tekst zijn verbazingwekkend simpel, maar misschien daardoor juist wel zo krachtig.
Het couplet gaat tekstueel als volgt:

You knew me at the start
You know me at the end
Dreams and reality
And everything in between

In het Nederlands betekent dat zoveel als:

U kende mij vanaf het begin
En u kent mij aan het eind
Dromen en de werkelijkheid
En alles wat er tussen in zit

Ik denk dan meteen aan een gedeelte uit Psalm 139. In vers15 staat: “Toen ik in het verborgene gemaakt werd, kunstig geweven in de schoot van de aarde, was mijn wezen voor u geen geheim.” Wow, wat een belijdenis, in essentie zeg je dan: “Heer, U kent mij!”

Als voorganger en coach praat ik met veel mensen en ontdek ik regelmatig dat sommige mensen niet weten wat hun identiteit is. Niet als persoon of als christen. En dat is een cruciaal gemis! God de Vader zegt tegen jou, als je Zijn kind bent: “jij bent mijn geliefde zoon of dochter” (zie Matteüs 3:17)!
Nog voor je maar iets hebt gedaan, hou Ik van je. Dat is wat! Het is een kunst om die woorden van onze Vader te ontvangen met open handen.
Zonder een ‘maar’ te roepen of bedenkingen te hebben, maar eenvoudig, steeds maar weer te ontvangen van Zijn liefde. Dan kan je uit volle borst meezingen met het refrein van dat liedje dat in mijn hoofd zit. Dat klinkt dan zo:

Jesus loves me
This I know for sure
Oh, how He loves me
This I know for sure

Jezus houdt van mij
Dit is wat ik zeker weet
Ja, Hij houdt van mij
Dat is wat ik zeker weet

Misschien heb jij deze woorden vandaag nodig! Laat ze je hart raken, grijp Gods liefde die Hij je met bakken tegelijk aanreikt. God zegt tegen jou: Ik hou van jou! En als die woorden gezakt zijn, antwoordt dan met de woorden dat jij dit aanvaardt en zeker weet.

Michiel Santman


Wil je voor mij bidden? (oktober 2011)
Pas nog stelde iemand mij deze vraag. Hij vroeg: ‘wil je voor mij bidden? Ik zit met een groot probleem en dat probleem is veroorzaakt in mijn jeugd. Mijn ouders hebben mij dat meegegeven.’

Ik kan het niet helpen, maar ik ben best kritisch. Binnen de kortste keren flitsen er allerlei gedachten door mijn hoofd. Ik wil er een paar met je delen. Hier komen ze: ‘word ik gevraagd om te bidden omdat ik voorganger ben? Met andere woorden, zal God meer naar mij luisteren dan naar jou?’ En dan: ‘het lijkt of jij jouw ouders verantwoordelijk houdt voor wat zij je hebben meegegeven. Is dat wel terecht? Jij bent toch verantwoordelijk voor jouw reactie op iets wat jou overkomen is, of niet? Het is zeker mogelijk dat jou iets ernstigs overkomen of aangedaan is door anderen, maar jij bent toch verantwoordelijk voor jouw reactie op die situatie?’ In amper 3 seconden zijn deze gedachten voorbij gekomen, het kost meer tijd om ze op te schrijven. Dit is op zich al een wonderlijk fenomeen. Gelukkig houd ik de meeste van deze gedachten voor mij. En natuurlijk heb ik voor deze persoon gebeden. Maar de gedachte over wie verantwoordelijk is voor mijn reactie op de dingen die ik mee maak liet mij niet meer los.

Al in Genesis geeft God duidelijke opdrachten en kaders aan de mens. Hij wilde dat de mens zou heersen over de aarde. Daarnaast maakt God de mens duidelijk dat hij overal van mocht eten behalve van de boom van de kennis van goed en kwaad (Genesis 2:16). Daarbij deed God iets opmerkelijks: hij liet de mens vrij in zijn keuze. En dat doet Hij nog steeds. En om eerlijk te zijn begrijp ik dat niet altijd. Wat de mens voor keuze maakt mag hij zelf bepalen, wat een risico nam en neemt God! Is dat nu wel zo slim? Daar gaan mijn gedachten weer! Maar wat mij nu duidelijker is dan ooit, is dat het Gods wezen is. Hij wil geen robots die voorgeprogrammeerd voor Hem kiezen. Hij geeft ons vandaag keuze vrijheid en de verantwoordelijkheid voor de keuzes die wij in ons eigen leven maken. Wat een bijzondere God hebben wij! Ik ben vrij om te kiezen! En in die vrijheid heb ik voor God gekozen. En heeft Hij voor mij gekozen. Mijn vraag aan mezelf en aan jou is: welke verantwoordelijkheid leg jij neer bij een ander terwijl die eigenlijk bij jezelf hoort?

Michiel Santman


Van wie ben jij afhankelijk? (juli 2011)
Elk jaar lees ik, samen met Marjoke, de hele Bijbel door*. Iedere keer lezen wij weer diezelfde Bijbel, telkens word ik weer verrast door teksten die er uitspringen en speciaal voor mij bedoeld lijken te zijn. Onlangs waren wij in het Evangelie van Johannes aangekomen. Een opvallend Evangelie omdat Jezus zo nadrukkelijk spreekt over Zijn Vader en Zijn missie hier op aarde. Aan het eind van hoofdstuk 12 staat dat de omstanders, ondanks de imposante wonderen die Jezus deed, niet in Hem geloofden. En dan staat er in vers 42 en 43 het volgende:

‘Toch waren er ook veel leiders die wel in hem geloofden, maar vanwege de Farizeeën kwamen ze daar niet openlijk voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden.’ Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God.

En vooral die woorden uit vers 43 bleven bij mij hangen. Ik ben nogal visueel en beeldend ingesteld, gelijk zie ik van alles voor mij en begin ik mijzelf vragen te stellen. ‘Ik kan dus in God geloven en voor Hem willen leven en zelfs dan nog kan ik het belangrijker vinden wat mensen van mij vinden?’ Dus als ik dat doe, dan doe ik het volgende: in plaats van dat ik afhankelijk wil zijn van wat God van mij vindt en hoe Hij naar mij kijkt, richt ik mij op het oordeel dat mensen van mij zouden kunnen hebben. Nog meer vragen borrelden in mij op: ‘Wat zouden ze vinden van mij als ik wegloop uit de bioscoop als de film die ik aan het kijken ben niet past in mijn leven als christen?’ ‘Ben ik wel trendy genoeg gekleed, val ik niet uit de toon bij vrienden en kennissen?’ ‘Zij zullen mij toch wel leuk vinden als ik op dat feestje kom?’ ‘Wat als ik op dat feestje geen alcohol drink, tel ik dan wel mee?’ En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Wat vreemd eigenlijk dat ik soms nog zo denk! Als ik werkelijk voor God wil leven, dan zou het mij niet meer moeten kunnen schelen wat andere mensen van mij vinden. Ik ben immers geliefd door de Vader. Hij heeft mij gemaakt naar Zijn beeld en Hij heeft een plan voor mij. Hij bepaald mijn identiteit. Wow, dat is toch het enige dat zou moeten tellen? Hoe afhankelijk ben ik nog van wat anderen van mij vinden? En hoe zit dat met jou: hoe afhankelijk ben jij nog van wat anderen van je vinden?

* Dat is minder moeilijk dan je denkt overigens, het kost maar 15 tot 20 minuten per dag!

Michiel Santman


Opbouwende woorden  (mei 2011)
In de afgelopen weken heb ik een boek gelezen wat mij nogal aan het denken heeft gezet. Het boek heet ‘Geweldloze communicatie’ van Marshall Rosenberg. Ik las het omdat ik het wilde gebruiken in een training die ik gaf. Ik ben dol op informatie, ik denk dat het vergaren van informatie mijn grootste hobby is. Dus een nieuw boek lezen maakt mij bij voorbaat al blij. Maar dit boek prikkelde mij niet alleen, het irriteerde mij ook. En dan is een boek echt goed vind ik. Alleen een boek dat mij echt uitdaagt, nieuwe inzichten beschrijft en mij dwingt om stelling te nemen of ik het er wel of niet mee eens ben, krijgt bij mij het label: ‘een goed boek’.

Het boek confronteerde mij met mijn manier van communiceren. Ik ontdekte dat ik nogal eens geweldvol communiceer. Ik ben cynisch, ik communiceer verwijten, ben bot in de wijze waarop ik een ander wil laten weten wat zijn of haar tekortkoming is… Ai, dit boek deed echt pijn omdat het mij liet zien dat er in mijn manier van communiceren nog aardig wat winst te behalen is. Het wordt nog pijnlijker als blijkt dat Paulus hierover iets zegt tegen de Efeziërs.

In hoofdstuk 4 vanaf vers 25 heeft Paulus het over communicatie en hoe wij met elkaar om zouden moeten gaan. In vers 29 staat: ‘Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort.’ Ai, nog confronterender! De Bijbel maakt ons duidelijk dat, als wij niet opletten, onze manier van spreken eerder een ander afbreekt dan opbouwt. Deze tekst moedigt
ons aan, dat als we al wat willen zeggen het dan opbouwende woorden zijn.

Ik  ben mij bewust gewordendat ik daar nog in kan groeien. Opbouwende woorden doen goed aan degene die ze hoort. Welke afbrekende woorden slik ik vandaag in en welke opbouwende woorden spreek ik uit? Wat doe jij vandaag met jouw woorden?

Michiel Santman


Hoog water (februari 2010)
Als ik dit schrijf is er op verschillende plaatsen in de wereld hoog water. Dat de Rijn of Maas veel water meebrengen na smeltend ijswater, dat zijn wij wel gewend. Maar dat er zelfs in Brisbane sprake is van een ware watersnood hadden ook de Aussies niet verwacht (kijk eens hier). Huizen compleet onder water, waarbij het alleen op het dak nog ‘veilig’ is. Meubels die volkomen waardeloos zijn geworden. Eén blubber bende. Kortom: schoonmaken en opnieuw beginnen!

Bij het zien van al die ellende, vroeg ik mij af hoe ik zou reageren als mijn spullen waardeloos zouden zijn geworden. Ik zeg wel dat ik niet vast zit aan materie, maar is dat werkelijk waar? Als het ook in mijn straat hoog water zou zijn, hoe zou ik dan reageren? Zou ik behulpzaam zijn of eerst mijn eigen spullen redden? Zou ik laconiek reageren of mij zorgen maken hoe ik toch aan nieuwe spullen zou moeten komen?

In Matteüs 24 beschrijft Jezus hoe het zal zijn kort vóór Zijn terugkomst. Hij zegt dat er rampen zullen komen die veel mensen zullen treffen. Ik denk dat die dag niet lang meer op zich laat wachten. Dan is de vraag: ‘ben ik er klaar voor?’ In vers 42 van dat zelfde hoofdstuk zegt Jezus: ‘Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.’ Leef ik vandaag als een waakzaam christen die Jezus’ komst ieder moment verwacht? Beïnvloedt die uitspraak van Jezus mijn leven van vandaag? Hoe zit dat met jou? Let jij op de signalen van hoogwater?

Michiel Santman


Schreeuw in de nacht (december 2010)
Vanmorgen werd ik vroeg wakker van geschreeuw op straat. Dit keer was het niet om 2 of 3 uur ’s nachts, maar om tien voor zes. Eerst wist ik niet wat het was waar ik wakker van werd, maar omdat het niet ophield won mijn nieuwsgierigheid het van mijn behoefte aan slaap. Het was een ruzie tussen een man en een vrouw die mij wakker maakte en dit was niet de eerste keer. Ik heb daarna niet meer geslapen. Ik lag te denken over hoe vastgelopen je relatie moet zijn, als je op straat de ruzie vervolgt die binnenshuis ergens moet zijn begonnen. Bewogenheid nam toe en mijn irritatie over deze situatie verdween. 

Wat als je regelmatig ruzie hebt met je man of vrouw en er eigenlijk niets wordt opgelost? Vanochtend bracht ik mijn dochter naar school en zag ik een jongeman met een kind in onze straat lopen. Te zien aan de rugzak die het jongetje droeg was hij ook onderweg naar school. Die jongeman deed nogal kortaf en ongeduldig. Was hij het die om tien voor zes buiten ruzie maakte, schoot er door mijn hoofd? Wat vreselijk dat er mensen in mijn straat in nood zijn en ik niet weet of zij rechts of links van mij wonen. Dat ik ze niet eens ken en ’s nachts hun schreeuw hoor in de straat. Wij leven in een tijd waar mensen in nood zijn op zoek naar een Verlosser. Wij kunnen daarin een rol spelen door voor ze te bidden en naar ze uit te kijken en ze voor te stellen aan Jezus! Wie hoor jij roepen, in welke ogen zie jij de nood die in het hart leeft?

Michiel Santman