| Column |
|
‘Alles
goed?’ (april 2012) Op het T-shirt staat groot: ‘alles goed?’ te
lezen. Dat is een uitspraak die ik veel hoor als ik iemand ontmoet en dat
vind ik een vreselijke uitspraak. Het brengt geen gesprek op gang, het slaat
eerder het gesprek dood, voordat het nog maar begonnen is. Op het T-shirt zijn 6 vragen (van de
180) van mijn spel ‘Droom in uitvoering’ afgebeeld. Het lijkt sluikreclame voor
dit spel, de belangrijkste reden waarom ik het T-shirt heb gemaakt is dat mijn
hart ligt bij een oprechte dialoog tussen 2 of meer mensen.
Morren vind ik niet zo hedendaags klinken trouwens. Dat is nu niet iets wat ik dagelijks tegen mijn kinderen zeg als zij iets niet willen wat ik wel wil dat ze doen. Morren is je beklagen of protesteren tegen iets dat je moet doen en dan wordt je dit meestal ook nog eens opgelegd door een ander. In de grondtekst staat bij het woordje ‘morren’ dat het gaat om een verborgen ontevredenheid die niet openlijk geuit wordt. Dus wel doen wat er van je gevraagd wordt maar met zo’n gezicht van ‘ja, lekker dan!’ Paulus geeft in de
brief aan de Filippenzen allerlei adviezen en aanbevelingen hoe zij zouden
kunnen leven. Meestal in duidelijke taal, dat wel, maar ruimtelatend voor de
ontvanger. Het is aan de ontvanger of hij of zij er iets mee gaat doen. De
tekst uit vers 14 klinkt alsof je alles wat een ander vindt, in dit geval
Paulus, gedachteloos moet aannemen, overnemen en moet uitvoeren. Dat was hoe ik
de tekst eerst las. Ik heb regelmatig
een vraag aan God omdat ik Hem niet begrijp. Ik protesteer echt wel eens tegen
God omdat ik vind dat Hij onredelijk is. Omdat Hij bijvoorbeeld iets niet
gedaan had, wat ik wel met Hem afgesproken had! De vraag is of wij
Hem ook werkelijk willen gehoorzamen. En keuzes willen maken die voor 100% uit
ons hart voortkomen. En niet allerlei principes, waarvan God weet dat ze goed
voor ons zijn, onder protest uitvoeren. Dat is waar zoveel niet-christenen
namelijk op afgeknapt zijn. Wij doen wat wij moeten doen, maar vooral niet van
harte. Michiel Santman
Er zit een liedje in mijn hoofd (december 2011) You knew me at the start In het Nederlands
betekent dat zoveel als: Ik denk dan meteen aan een gedeelte uit Psalm 139. In vers15 staat: “Toen ik in het verborgene gemaakt werd, kunstig geweven in de schoot van de aarde, was mijn wezen voor u geen geheim.” Wow, wat een belijdenis, in essentie zeg je dan: “Heer, U kent mij!” Als voorganger en
coach praat ik met veel mensen en ontdek ik regelmatig dat sommige mensen niet
weten wat hun identiteit is. Niet als persoon of als christen. En dat is een
cruciaal gemis! God de Vader zegt tegen jou, als je Zijn kind bent: “jij bent
mijn geliefde zoon of dochter” (zie Matteüs 3:17)! Jesus loves me Jezus houdt van mij
Misschien heb jij deze
woorden vandaag nodig! Laat ze je hart raken, grijp Gods liefde die Hij je met
bakken tegelijk aanreikt. God zegt tegen jou: Ik hou van jou! En als die
woorden gezakt zijn, antwoordt dan met de woorden dat jij dit aanvaardt en zeker
weet. Wil je voor mij bidden? (oktober 2011) Ik kan het niet helpen, maar ik ben best kritisch. Binnen de kortste keren flitsen er allerlei gedachten door mijn hoofd. Ik wil er een paar met je delen. Hier komen ze: ‘word ik gevraagd om te bidden omdat ik voorganger ben? Met andere woorden, zal God meer naar mij luisteren dan naar jou?’ En dan: ‘het lijkt of jij jouw ouders verantwoordelijk houdt voor wat zij je hebben meegegeven. Is dat wel terecht? Jij bent toch verantwoordelijk voor jouw reactie op iets wat jou overkomen is, of niet? Het is zeker mogelijk dat jou iets ernstigs overkomen of aangedaan is door anderen, maar jij bent toch verantwoordelijk voor jouw reactie op die situatie?’ In amper 3 seconden zijn deze gedachten voorbij gekomen, het kost meer tijd om ze op te schrijven. Dit is op zich al een wonderlijk fenomeen. Gelukkig houd ik de meeste van deze gedachten voor mij. En natuurlijk heb ik voor deze persoon gebeden. Maar de gedachte over wie verantwoordelijk is voor mijn reactie op de dingen die ik mee maak liet mij niet meer los. Al in Genesis geeft God duidelijke opdrachten en kaders aan de mens. Hij
wilde dat de mens zou heersen over de aarde. Daarnaast maakt God de mens
duidelijk dat hij overal van mocht eten behalve van de boom van de kennis van
goed en kwaad (Genesis 2:16). Daarbij deed God iets opmerkelijks: hij liet de
mens vrij in zijn keuze. En dat doet Hij nog steeds. En om eerlijk te zijn
begrijp ik dat niet altijd. Wat de mens voor keuze maakt mag hij zelf bepalen,
wat een risico nam en neemt God! Is dat nu wel zo slim? Daar gaan mijn
gedachten weer! Maar wat mij nu duidelijker is dan ooit, is dat het Gods wezen
is. Hij wil geen robots die voorgeprogrammeerd voor Hem kiezen. Hij geeft ons
vandaag keuze vrijheid en de verantwoordelijkheid voor de keuzes die wij in ons
eigen leven maken. Wat een bijzondere God hebben wij! Ik ben vrij om te kiezen!
En in die vrijheid heb ik voor God gekozen. En heeft Hij voor mij gekozen. Mijn
vraag aan mezelf en aan jou is: welke verantwoordelijkheid leg jij neer bij een
ander terwijl die eigenlijk bij jezelf hoort? Van
wie ben jij afhankelijk? (juli 2011) ‘Toch waren er ook veel leiders die wel in hem geloofden, maar vanwege de Farizeeën kwamen ze daar niet openlijk voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden.’ Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God. En vooral die woorden uit vers 43 bleven bij mij hangen. Ik ben nogal visueel en beeldend ingesteld, gelijk zie ik van alles voor mij en begin ik mijzelf vragen te stellen. ‘Ik kan dus in God geloven en voor Hem willen leven en zelfs dan nog kan ik het belangrijker vinden wat mensen van mij vinden?’ Dus als ik dat doe, dan doe ik het volgende: in plaats van dat ik afhankelijk wil zijn van wat God van mij vindt en hoe Hij naar mij kijkt, richt ik mij op het oordeel dat mensen van mij zouden kunnen hebben. Nog meer vragen borrelden in mij op: ‘Wat zouden ze vinden van mij als ik wegloop uit de bioscoop als de film die ik aan het kijken ben niet past in mijn leven als christen?’ ‘Ben ik wel trendy genoeg gekleed, val ik niet uit de toon bij vrienden en kennissen?’ ‘Zij zullen mij toch wel leuk vinden als ik op dat feestje kom?’ ‘Wat als ik op dat feestje geen alcohol drink, tel ik dan wel mee?’ En zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat vreemd eigenlijk dat ik soms nog zo denk! Als ik werkelijk voor God wil leven, dan zou het mij niet meer moeten kunnen schelen wat andere mensen van mij vinden. Ik ben immers geliefd door de Vader. Hij heeft mij gemaakt naar Zijn beeld en Hij heeft een plan voor mij. Hij bepaald mijn identiteit. Wow, dat is toch het enige dat zou moeten tellen? Hoe afhankelijk ben ik nog van wat anderen van mij vinden? En hoe zit dat met jou: hoe afhankelijk ben jij nog van wat anderen van je vinden? * Dat is minder moeilijk dan je denkt overigens, het kost maar 15 tot 20
minuten per dag! Opbouwende woorden (mei 2011) Het boek confronteerde mij met mijn manier van communiceren. Ik ontdekte dat ik nogal eens geweldvol communiceer. Ik ben cynisch, ik communiceer verwijten, ben bot in de wijze waarop ik een ander wil laten weten wat zijn of haar tekortkoming is… Ai, dit boek deed echt pijn omdat het mij liet zien dat er in mijn manier van communiceren nog aardig wat winst te behalen is. Het wordt nog pijnlijker als blijkt dat Paulus hierover iets zegt tegen de Efeziërs. In hoofdstuk 4 vanaf vers 25 heeft Paulus het over communicatie en hoe wij met elkaar om zouden moeten gaan. In vers 29 staat: ‘Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort.’ Ai, nog confronterender! De Bijbel maakt ons duidelijk dat, als wij niet opletten, onze manier van spreken eerder een ander afbreekt dan opbouwt. Deze tekst moedigt Ik ben mij bewust gewordendat ik daar nog in kan groeien. Opbouwende woorden doen goed aan degene die ze hoort. Welke afbrekende woorden slik ik vandaag in en welke opbouwende woorden spreek ik uit? Wat doe jij vandaag met jouw woorden? Michiel Santman Bij het zien van al die ellende, vroeg ik mij af hoe ik zou reageren als mijn spullen waardeloos zouden zijn geworden. Ik zeg wel dat ik niet vast zit aan materie, maar is dat werkelijk waar? Als het ook in mijn straat hoog water zou zijn, hoe zou ik dan reageren? Zou ik behulpzaam zijn of eerst mijn eigen spullen redden? Zou ik laconiek reageren of mij zorgen maken hoe ik toch aan nieuwe spullen zou moeten komen? In Matteüs 24 beschrijft Jezus hoe het zal zijn kort vóór Zijn terugkomst. Hij zegt dat er rampen zullen komen die veel mensen zullen treffen. Ik denk dat die dag niet lang meer op zich laat wachten. Dan is de vraag: ‘ben ik er klaar voor?’ In vers 42 van dat zelfde hoofdstuk zegt Jezus: ‘Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.’ Leef ik vandaag als een waakzaam christen die Jezus’ komst ieder moment verwacht? Beïnvloedt die uitspraak van Jezus mijn leven van vandaag? Hoe zit dat met jou? Let jij op de signalen van hoogwater? Michiel Santman
Michiel Santman
|









